sitedruk.jpg

Carré is meer dan cartoons. In deze rubriek krijgt u zijn kwetsbare en poëtische kant te zien...

 

OPGELET: CONTACTFUNCTIE TIJDELIJK BUITEN GEBRUIK. BEREIKBAAR VIA

INFO@CARRECARTOONS.BE

 

Dagboek van Carré in De Bond 17 februari 2012

Hij ondertekent met Carré en in elk nummer van ‘De Bond’ staat een cartoon, vrucht van zijn creatieve brein en tekenpen.

 

Vrijdag

Een typische werkdag. In de voormiddag cartoons tekenen. In de namiddag enkele uren godsdienstles geven. Sinds een aantal jaren probeer ik beide deeltijdse jobs te combineren. Het geeft me de kans om creatief bezig te zijn achter een tekentafel en toch ook onder de mensen te komen. Na het laatste lesuur is er een drink in het cultuurcafé. In december hebben we het weer voor elkaar gekregen om met de leerlingen een kerstevocatie in elkaar te steken. (een soort optreden met een boodschap, al is die soms (k)luchtig verpakt.) Een bedankje voor de leerlingen is dan wel op zijn plaats. Zeker als de directie betaalt.

Daarna rep ik mij met de fiets naar mijn schoonouders. Als cartoonist heb ik het niet getroffen met mijn schoonmoeder. In tegenstelling tot het cliché van de bazige moeial valt ze goed mee en elke week maakt ze frietjes voor ons hele gezin. Als inspiratiebron is ze dus flink waardeloos. Na de frieten volgt ons wekelijks mannenritueel: wiezen. Ik word letterlijk afgetroefd door neef Christophe (19) en zoon Hans (18). Pépé en ik zijn, zoals gewoonlijk, de verliezers. De dag eindigt echter zoet, want daar is mémé met een heerlijke vruchtensorbet.

 

Zaterdag

7.45uur. Mijn wekker blijkt uit een stevig soort kunststof gemaakt. Slecht geslapen. Ik wil naar de uitvaart van de moeder van een collega. Koud buiten. Een korte treinreis. De zon warmrood boven de velden. Alle leerlingen van het zesde jaar Latijn zijn aanwezig op de uitvaart. Niet omdat ze zo katholiek zijn, maar om de mens te steunen van wie ze al vier jaar les krijgen. Vandaag geen slecht woord over de jeugd van tegenwoordig!

In de namiddag gaan we naar de housewarming van nicht Nathalie en haar vriend Willem. Ons Fien (20) gaat niet mee. Ze zit in de examens. Fier toont het jonge koppel ons een mooi gerestaureerd hoekhuis in het centrum van Antwerpen. Het is best gezellig. Hans en Rik (binnenkort 16) gaan nog niet direct met ’hun oudjes’ mee naar huis. Carine en ik zoeken dan onderweg maar iets om wat te eten. Lekker rustig, maar er is toch ook een vaag legenestgevoel. Het is twee uur in de nacht als ik nog een slaapkamerdeur hoor dichtgaan. De laatste man is binnen.

Zondag

De uitgeverij verwacht mijn kladjes tegen dinsdag. Zondag wordt dus werkdag. Al vroeg ben ik aan het tekenen. In de namiddag gaan we naar mijn moeder. Het laatste jaar is ze erg op de sukkel geweest, van ziekenhuis naar revalidatiecentrum en tussendoor toch weer even naar huis. Ze heeft het er niet altijd gemakkelijk mee. Wij ook niet. Gelukkig heeft ze goeie buren die een handje helpen. Wat zouden we zijn zonder Agnes, de moeder Theresa van het appartementsblok. ’s Avonds voeren we Fien naar het station. Morgen is het nationale stakingsdag en ze heeft dinsdagochtend examen. Veiligheidshalve wil ze al op haar kot zijn. Ze vertrouwt de mannen van de spoorweg niet.

 

Maandag

Bij gebrek aan leerlingen wordt er nauwelijks lesgegeven. De meeste leerkrachten staken niet. Ze houden toezicht of geven (een alternatieve) les. Ik heb een krantenartikel mee dat een genuanceerde visie geeft op de problematiek. Dat sommige mensen makkelijk praten hebben over staken of niet staken. Dat de situatie waarin je zit niet altijd te beoordelen valt door een buitenstaander. De leerlingen reageren verdeeld. Zo hoort het ook. Sociale rechtvaardigheid is geen zwart-wit verhaal.

Tussendoor een babbel met enkele collega’s. Iemand die ze kennen zit momenteel in een vechtscheiding. Stomme situatie, ook al ben ik er mij van bewust dat het iedereen kan overkomen. Christiane van het onderhoudspersoneel komt tussen: ”Ik ben al 31 jaar samen met dezelfde zot”. De manier waarop zij dit zegt doet mij, zoals vaak, beseffen dat je woorden niet altijd letterlijk moet nemen. Je merkt dat ze haar echtgenoot nog altijd doodgraag ziet. Het woord ’zot’ betekent hier niets minder dan ’mijn allerliefste ventje’. Terwijl er koppels zijn die uit pure gewoonte het woord schat gebruiken en zelfs tijdens hun ruzies. ’Gij zijt ne vuile egoist, schat’. Soms denk ik dat het met geloofstaal ook een beetje zo is. Er zijn mensen die een berg beklimmen en eens ze boven zijn vloeken ze van verwondering, omdat alles zo groots is, omdat de Schoonheid hen raakt. Anderen prevelen een voorgeschreven dankgebed over de schepping. Ik ben er nog altijd niet uit welke van de twee het meest (on)gelovig is.

In de namiddag leg ik de laatste hand aan mijn tekenopdracht. Tegen 16 uur ben ik klaar. Net op tijd om nog een vergadering mee te pikken op school. Heb ik weer geluk!

 

Dinsdag

Als ik ’s morgens naar school vertrek, is het berekoud. De winter heeft na lang treuzelen toch nog een offensief ingezet. Gelukkig is het in de meeste lokalen lekker warm. Vandaag vertel ik in al mijn lessen iets over de pas overleden Phil Bosmans. Ik lees een tekst van hem over geduld. Een eigenschap die de maatschappij (en ikzelf jammer genoeg ook) soms te weinig heeft. Veel leerlingen weten niet dat Bond Zonder Naam meer is dan spreuken en dat de organisatie veel goede doelen steunt, net zoals de Trappisten van Westmalle dat ook doen trouwens. Conclusie: je moet niet te snel oordelen. Een trappistdrinker is niet noodzakelijk een zuiplap; het kan ook een wereldverbeteraar zijn! In de namiddag twee uur filosofie. Het is een kleine groep leerlingen, in tegenstelling tot de klassen waar ik godsdienstles geef, maar ze werken geweldig goed mee. Hier geen Phil Bosmans, maar de socratische methode. Na de les nog wat napraten met de collega’s. Af en toe valt het woord doorlichting. Binnenkort komen mensen van buitenaf controleren of we goed bezig zijn. Altijd spannend. Als ik kijk naar het zweet van de collega’s en hun groot hart voor leerlingen, dan weet ik dat we niets te vrezen hebben, dat we enkel te leren hebben uit de eventuele kritiek. Onze school mag gezien worden!

Zoals bijna elke dag na het avondeten maken Carine en ik een wandeling van een halfuurtje. We zijn daar ongeveer een jaar geleden mee begonnen. Op onze leeftijd moet je er iets aan doen als je samen waardig ouder wil worden. Bewegen is daar goed voor. Onderweg praten we over wat ons bezighoudt: de kinderen, het werk, de dingen van de dag… Na enkele maanden hebben we vastgesteld dat het ook bijzonder goed is voor je relationele conditie. Andere voordelen van met je partner te gaan wandelen: je hoeft geen hondenvoer te kopen en je moet geen stront in een zakje doen…

Woensdag

Vandaag vier uur les. Soms vinden leerlingen het ”best oké”, dan weer ”boring”. Dat is het lot van de leerkracht. Leerlingen zitten meestal niet op ons te wachten. Mijn vrouw is verpleegkundige bij het Wit-gele Kruis. Als zij ziek is, vinden de patiënten dat jammer. Wanneer een leerkracht ziek is daarentegen…Eén van de lessen springt er toch een beetje uit.  Mijn leerlingen van de zesde klas sociale en technische wetenschappen presenteren de creatieve voorstelling van hun levensvisie. Sommigen hebben er echt hun ziel in gelegd. Eéntje heeft drie doosjes in elkaar geknutseld. Uit de eerste doos komen prikkertjes: de dingen die pijn doen, gesymboliseerd met binnenin papieren stukjes ’scherf’. Haar tweede doos staat voor de toekomst: alles wat ze hoopt, wil bereiken, belangrijk vindt voor de volgende jaren. De derde doos is voor de zaken waar ze kracht uit put. Tot mijn verbazing zit haar dode tweelingbroer ook in die doos. Ik hoop dat ik zelf ook ooit de tegenvallers in het leven zo kan ‘plaatsen’, dat ze me toch sterker maken. In de namiddag komt Fien thuis uit Gent. Haar laatste examen zit er op. Wat het resultaat ook wordt, we zijn trots op haar. Als je ziet welke opdrachten ze soms moet maken voor haar architectuurstudie. Dat vraagt veel geduld en doorzettingsvermogen. Hans gaat op bezoek bij een klasgenoot die in het ziekenhuis ligt. Iedereen die al eens een tijdje ziek is geweest, weet hoeveel deugd een bezoekje of een kleine attentie kunnen doen. Carine haalt Rik en zijn nieuwe tweedehands keyboard af aan de muziekacademie. Hij trakteert ons op een gratis huisconcert. Ik ben fier op onze kinderen, al besef ik ook dat ik morgenvroeg wellicht weer sta te zeuren omdat er iemand niet uit zijn bed geraakt of zijn spullen laat rondslingeren.

 

Donderdag

Normaal is donderdag een tekendag, maar er is nog geen nieuws van de uitgeverij en volgende week pas komt er een nieuwe opdracht uit Nederland. Het werk van zondag dan maar compenseren met een dagje vrij? Ik zou eindelijk nog eens naar oud-collega Anne-Marie kunnen gaan. Ze woont in Kalmthout, niet ver van het arboretum. De toverhazelaars staan vast al een tijdje in bloei. Ik sta op samen met de jongens. De thermometer geeft min acht graden. Geen weer om op een treinperron te staan, noch om te gaan wandelen. Bij deze temperaturen staat zo’n toverhazelaar vast niet te wachten op bewonderaars, maar zou hij liefst van al de grond inkruipen.

Hans blijkt ziek. Ik stuur hem terug zijn bed in en breng hem een kop thee en een stapeltje Urbanusstrips. Een halfuur later zit ik toch te werken aan een nieuw stripreeksje. Een soort gag in twee of drie plaatjes met een knorrig oud ventje dat overal commentaar op heeft. Mijn alter ego? Dit soort dingen kan ik uitwerken als ik tijd heb. Zo ben ik minder gebonden aan deadlines en kan ik lesgeven en cartoons maken blijven combineren.

Als Carine thuiskomt eten we samen. Terwijl we de tafel afruimen, zet ze voor de zoveelste keer de nieuwe cd van Raymond van het Groenewoud op. ”Kijk daar gaat het meisje van je droom” zingt hij. Ik ga achter haar staan, neem haar even bij de schouders en zing mee. ”Waar gaat dat meisje?” vraagt ze dan aan mij. Ik antwoord niet, maar pak haar eens goed vast. Ze zegt dat ik mijn handen niet op haar buik mag houden als ze net gegeten heeft. Gehoorzaam als ik ben, leg ik ze ergens anders op haar lichaam. Dit is één van de momenten waarop ze mij zotteke gaat noemen.

 

René De Decker

 

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

 

Interview uit de oude doos (2006)

Vragen gesteld door leerlingen van het derde leerjaar van De Wegwijzer (Beveren)

Wat is jouw echte naam?

René De Decker

Hoe ben je op het idee gekomen om te gaan tekenen ?

Eigenlijk teken en schilder ik al heel lang, gewoon omdat ik dat graag doe. Sinds een jaar of negen ben ik met cartoons bezig. Eén van mijn vrienden is cartoonist bij het dagblad De Standaard. Het is ook een beetje via hem, dat ik echt met cartoons ben begonnen.

Was het niet moeilijk toen je net begon?

Alle begin is moeilijk. Probeer het zelf maar eens. Wat je ook doet, alles vraagt inspanning.

Welke soort van tekeningen maak je?

Een cartoonist maakt cartoons. Voor mij betekent dit: met zo weinig mogelijk lijntjes zoveel mogelijk proberen te zeggen.

Teken je alleen voor onze school?

Ik heb inderdaad al enkele dingen voor de school gemaakt. Maar op dit moment teken ik vooral als losse medewerker bij enkele uitgeverijen en tijdschriften.

Ik moet er ook niet van leven, want ik ben deeltijds leerkracht.

Doe je dit graag?

Ja. Maar ik geef even graag les. Vooral de combinatie is tof.

Moet je nog veel oefenen?

Ja. Elke tekening is een oefening. Alles kan beter.

Waar teken je het liefst?

In alle rust, achter mijn tekentafel, met een glas rode wijn naast mij.

Wanneer teken je het liefst?

Als mijn kinderen niet thuis zijn en mijn vrouw me niet lastig valt.

Waarop teken je?

Een gewoon vel wit papier, maar als ik niks beter kan bemachtigen is een bierkaartje ook goed.

Waarmee teken je?

Alles begint met een simpel potlood, waarvan de punt geslepen is.

Teken je veel fouten?

Ja!!!!!!

Teken je met veel fantasie?

Als je maar lang genoeg oefent, is je fantasie even scherp als de punt van je potlood.

Teken je enkel gekke dingen of ook heel serieuze?

Ik ben een verschrikkelijk serieus mens. Als je toch mocht lachen met mijn tekeningen, weet dan dat ze altijd ernstig bedoeld zijn.

Hoeveel tekeningen heb je al gemaakt?

Een wasmand vol en vijf dikke mappen.

Is dit een vermoeiend beroep?

Alleen als ze je heel veel vragen stellen.

Kleur je tekeningen altijd in?

Meestal wel, maar sommige zijn ook in het zwart (en wit).

(spoedbericht aan mijn belastingcontroleur: DIT IS EEN GRAPJE !!!)

Maak je soms ook boeken?

Als schoolboeken ook meetellen, wel ja. Het eerste boek waar ik tekeningen voor maakte ging over politiek, samen met de onvolprezen jeugdschrijver Frank Pollet (bij uitgeverij De Boeck). Ondertussen werk ik ook voor de uitgeverijen Schoolsupport (een Nederlandse uitgeverij) en Pelckmans.

Ben je beroemd?

Bij ons thuis weten de meeste mensen ’s morgens nog wel wie ik ben, maar veel verder gaat dat niet. Gelukkig. De meeste beroemde mensen zijn volgens mij niet zo gelukkig.

Heb je ook al in de krant gestaan?

Wat dagbladen betreft, heb ik enkel nog maar voor Het Nieuwsblad getekend en dat was in mijn beginperiode.

Ga je nog lang door met tekenen?

Tot ik beroemd ben…

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Drie Manieren Om De Liefde Te Bedrijven...

Je kan het gebukt doen over een tafel,
met veel zweten,
steunend op je ellebogen,
zoekend naar de liefste woorden,
...voor een gedicht.

Je kan het 's morgens vroeg,
zonder één woord, in het halfdonker,
puur op de tast,
op en neer gaan en weer naar boven,
zonder vooraf iets te beloven,
heel stilletjes komen,
...met koffie en ontbijt aan bed,
en ondertussen de vuilniszak buiten gezet.

Je kan het op klaarlichte dag,
haar onverhoeds bespringen,
jezelf niet meer bedwingen,
want elk moment en elke plaats,
is goed om het te doen:
...een onverwachte zoen.

René De Decker